Melina Böhne


Melina Böhne (1968)

HKU (1994)

Het spanningsveld tussen het 2- en 3-dimensionale zoekt Melina Böhne in haar werk op. Het zijn vaak assemblages of ruimtelijke tekeningen die vanuit het platte vlak losgemaakt zijn van hun achtergrond. De gebruikte technieken en handelingen zijn een essentiëel onderdeel van haar werk die er zichtbaar hun sporen in hebben achterlaten.

Melina laat zich inspireren door zowel de cultuur- en kunstgeschiedenis als haar eigen levensgang. Daarbij gebruikt zij materialen en symbolen die verwijzen naar de alchemie, oftewel de zoektocht naar de wijsheid.


In perpetuüm (2021)

lood, ijzer

Dit werk is gemaakt van lood, een materiaal dat alchemisten vroeger trachten te veranderen in het edele metaal goud. De loodplaten zijn volgens de kindertechniek van het uitprikken van een vorm behandeld. Ze tonen vijf vanitassymbolen, oftewel symbolen die in de cultuurgeschiedenis veel gebruikt zijn om de mens te wijzen op de vergankelijkheid en vluchtigheid van het bestaan. Melina heeft juist die symbolen uitgekozen die paradoxaal verwijzen naar zowel het tijdige als het eeuwige leven. De slang die in zijn staart bijt (Ouroboros) en de zandloper hebben beide een “8”-vorm, die geen begin en geen einde kent. De papaver sterft wel ieder jaar, maar in de afgestorven vruchtdoos zit het kiemkrachtige zaad. De drie gedaanten van de rups, cocon, vlinder symboliseren het leven, de dood en de wederopstanding. De mestkever staat voor onsterfelijkheid en vernieuwing omdat deze volwassen met een mestbal een ondergrondse tunnel ingaat om daar in het voorjaar als herboren jong kevertje weer uit te komen. Deze afgebeelde vormen verwijzen naar het eeuwige, naar het doorgeven van leven, dat ofwel beschermd door glas, vruchtdoos, cocon, ondergrondse kamer gekoesterd wordt.